Onderzoek: Beginners Handleiding app succes

Hugo Melis

   

|

   

Laatste update 31-01-2023

   

|

   

Nederlands

Wanneer je op het punt staat om een app te ontwikkelen, kan onderzoek vooraf natuurlijk van grote toegevoegde waarde zijn. Maar wat moet je dan precies onderzoeken?

Wanneer je je basis concept hebt opgesteld (doelen en doelgroep), kun je verschillende ideeën (functies en onderdelen) bedenken die bijdragen aan jouw doel. Vervolgens wil je er natuurlijk wel zeker van zijn dat deze functies en onderdelen, daadwerkelijk impact maken. Als je dus een app ontwikkelt is het belangrijk dat deze aansluit op de doelgroep en de (huidige) corporate identity. Daarnaast is het van belang een beeld te hebben van (vergelijkbare) apps, die al op de markt zijn. Het is daarom verstandig om hier onderzoek naar te doen. In dit hoofdstuk wordt verder toegelicht op welke manier je dit het beste kan doen.


Dit is hoofdstuk 2 in de
Beginners handleiding voor App Ontwikkeling


Ideeën

Wanneer je je basis concept (verwachte doelen en doelgroep) hebt opgesteld, kun je (volgens de Goat Method) gaan kijken naar de functies/onderdelen waarover je app moet beschikken, om deze doelen te bereiken. Voordat je dus onderzoek kan doen voor een concreet concept, zul je de ideeën in kaart moeten brengen.

Door middel van vervolgonderzoek (doelgroep, corporate identity en concurrenten) kan dan, per idee, een zekerheidsniveau worden bepaald. Meer over vervolgonderzoek is later in deze paragraaf te vinden. Aan de hand van de zekerheidsniveau’s kunnen keuzes worden gemaakt, die in de volgende hoofdstukken worden onderverdeeld in stappen en taken.

Meer over de Goat Method en zekerheidsniveaus is te vinden in hoofdstuk 1 (basiskennis).

visuele weergave onderzoeks elementen
Figuur 2.1 Onderzoek (voor apps)

Hoe verlopen brainstormsessies?

Over het algemeen wordt in deze fase (voor het opstellen van ideeën) gebruik gemaakt van brainstormsessies. Maar, hoe werkt een brainstormsessie?

Er zijn heel veel verschillende technieken die je kunt toepassen tijdens een brainstormsessie. Een grote afweging bij je keuze, is het doel van je brainstormsessie. Wij passen in dit geval brainstormsessies toe als startpunt voor het ontwikkelproces. Hier gaan we in op de ‘doelen’ en ideeën’ van de Goat method. Lees hier meer over in hoofdstuk 1 (basis kennis).

Om je een beeld te geven van brainstorm mogelijkheden, staan hieronder verschillende technieken weergegeven. Later in deze paragraaf lichten we toe hoe wij brainstormsessies inzetten in deze fase van het proces.

  • Brain dump
  • Brain tornado/brain writing
  • Customer desire map
  • Mindmapping
  • Associaties verbinden
  • SCAMPER
  • Zes ‘denkpetten’

Om betere conclusies te trekken, kun je tijdens het brainstorm proces al wat dingen analyseren of structuur aanbrengen. Dit kun je doen door bijvoorbeeld:

  • Ideeën (tussendoor) te clusteren
  • Ideeën onder te verdelen in een COCD box
  • Ideeën onder te verdelen in een timeline

Hoewel bovenstaande allemaal goede manieren/technieken zijn om een brainstormsessie vorm te geven, gebruiken wij onze eigen combinatie van methoden. Dit houdt in:

  1. Vraagstelling/doelen formuleren
  2. Brain dump
  3. Brain tornado/brain writing
  4. Ideeën (tussendoor) te clusteren
  5. Ideeën onderverdelen in een COCD-box
  6. Ideeën onderverdelen in een timeline
Brainstorm proces
Figuur 2.2 brainstorm proces

Vraagstelling/doelen: In deze fase worden de vooraf gestelde (hoofd)vragen/doelen van de app, kort besproken. Deze zijn tijdens eerdere gesprekken vastgesteld, en worden nu nogmaals gevalideerd en eventueel aangepast.

Braindump: In deze fase worden alle deelnemers gestimuleerd om zoveel mogelijk ideeën die ze al hebben, op te schrijven. Er is geen goed of fout, en de insteek is ‘alles is mogelijk’. De deelnemers krijgen hier 10 minuten de tijd voor. Na het opschrijven van de ideeën worden deze kort besproken.

Brain tornado/brain writing: Nadat de ideeën die de deelnemers al hadden, besproken zijn, herhaalt dit proces zich. Echter wordt nu gefocust op nieuwe en/of alternatieve ideeën. Net zoals de vorige stap, krijgen deelnemers hier 10 minuten de tijd voor en worden de ideeën achteraf besproken.

Ideeën clusteren: Als de vorige stappen zijn afgerond, worden alle ideeën bij elkaar geplakt. Omdat dit nu lijkt op een mega web van ideeën, die misschien wel op elkaar lijken of met elkaar te maken hebben, wordt er structuur aangebracht. De ideeën worden onderverdeeld in categorieën die ontstaan zijn tijdens het proces. Vanuit hier kan een overzichtelijk beeld worden geschetst van de daadwerkelijke concrete ideeën die zijn voortgevloeid uit de brainstormsessie.

COCD-box: Om duidelijk te maken welke ideeën relevant zijn en/of prioriteit hebben, worden de geclusterde ideeën onderverdeeld in een COCD-box. Deze bestaat uit twee assen. Over de X-as wordt (van links naar rechts) een splitsing gemaakt tussen ‘gewone ideeën’ en ‘originele ideeën’. Over de Y-as wordt (van onder naar boven) een splitsing gemaakt tussen ‘realiseerbaar’ en ‘(nog) niet realiseerbaar’.

Figuur 2.3 COCD-box

Timeline: Wanneer alle ideeën in de COCD-box zijn geplaatst, kunnen keuzes worden gemaakt welke ideeën worden doorgezet en wanneer dit gebeurt. Hier wordt de volgorde bepaald welke functies van de app eerst zullen worden ontwikkeld en welke later. Ook worden deadlines gesteld.

Na afronding: Wanneer de brainstormsessie is afgerond, kan worden gekeken naar het zekerheidsniveau van de ideeën (volgens de Goat method). Aan de hand hiervan kan eventueel extra onderzoek worden gedaan, en kunnen taken worden bepaald. De opgestelde timeline kan hierop op worden aangepast.  

Doelgroep

In hoofdstuk 1 (basis kennis), heb je al een beeld geschetst van jouw verwachte doelgroep. Maar, hoe ziet deze doelgroep er nou eigenlijk echt uit? Wat willen ze? En is je doelgroep eigenlijk wel daadwerkelijk wat je verwacht? Door middel van onderzoek naar je doelgroep, ga je specifiek in kaart brengen wat de kenmerken zijn van je doelgroep. Deze informatie kun je vervolgens weer gebruiken om ideeën te bedenken, of om zekerheidsniveaus te bepalen voor de ideeën die je al hebt bedacht.

Hoe onderzoek ik mijn doelgroep?

Wanneer je in deze fase onderzoek doet naar de doelgroep, is de centrale vraag voornamelijk ‘wie is je doelgroep, hoe ervaren zij de huidige situatie en wat zijn hun behoeften hierbij‘. Op basis van deze resultaten, kun je je app aanpassen en worden gebruikers écht geholpen met hun ‘probleem’.

Welke onderzoeksmethoden zijn geschikt voor mijn (onderzoeks)vraag?

Om de doelgroep uitgebreid in kaart te brengen, zullen eerst resultaten verzameld moeten worden. Dit kun je doen door kwalitatief en/of kwantitatief onderzoek.

Kwantitatief onderzoek kenmerkt zich door grote aantallen aan data en is voornamelijk bedoeld om een algemeen beeld te krijgen van een situatie.

Kwalitatief onderzoek omvat vaak minder grote aantallen aan data, maar biedt meer diepgang waardoor je beter en uitgebreider conclusies kunt beschrijven.

Er zijn ontzettend veel verschillende kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden die je zou kunnen toepassen. Hieronder staan een aantal voorbeelden gegeven, die relevant kunnen zijn tijdens onderzoek voor de ontwikkeling van een (innovatieve) app:

  • Interviews
  • Enquêtes
  • Focusgroepen
  • Card sorting
  • Contextmapping
  • Heat maps

Wanneer gebruik je interviews?

Door interviews af te nemen ben je rechtstreeks in contact met je doelgroep. Je kunt ze doelgericht vragen stellen, om informatie te weten te komen waar jij naar op zoek bent. Je richt je dus op kwalitatieve data. In tegenstelling tot enquêtes, spreek je maar klein deel van je populatie. Let daarom goed op dat de informatie die je gebruikt, niet persé voor iedereen geldt. Je zou de resultaten daarom bijvoorbeeld kunnen ’testen’/valideren door het uitzetten van een enquête.

Wanneer gebruik je enquêtes?

Wanneer je een enquête gebruikt als onderzoeksmethode, richt je je vooral op kwantitatieve data. Je bent niet rechtstreeks in contact met je doelgroep en je kunt ook niet doorvragen. Wél kun je een goed beeld krijgen van percentages en verhoudingen (hoeveel procent van de doelgroep bijvoorbeeld geïnteresseerd zou kunnen zijn in jouw app). Op basis hiervan zou je verder kunnen onderzoeken door interviews, om meer van de ‘waarom vraag’ te weten te komen.

Wanneer gebruik je focusgroepen?

Een focusgroep is, net zoals interviews, een manier om kwalitatieve data te verzamelen. Focusgroepen zijn interessant omdat het meerdere perspectieven biedt ten opzichte van een onderwerp/standpunt (doordat deelnemers met elkaar in gesprek/discussie gaan). Je kunt de situatie door deze resultaten dus beter op verschillende manieren bekijken.

Wanneer gebruik je contextmapping?

Contextmapping is een methode die voornamelijk bedoeld is voor onderzoek voor innovatieve producten/diensten (of apps). Deze methode maakt het mogelijk om implicit knowledge, over te zetten naar explicit knowledge. Ehm, wat? Even een uitleg:

Implicit knowledge houdt in: kennis/behoeften die mensen hebben, waarvan ze zich niet bewust zijn. Ze kunnen dit dus niet uitspreken.

Explicit knowledge houdt in: kennis/behoeften die mensen hebben, waarvan ze zich wél bewust zijn. Dit kunnen ze dus ook uitspreken (bijvoorbeeld in een interview).

Nog steeds een beetje vaag? Hier even een voorbeeld:

Toen er nog geen mobiele telefoons bestonden, werd aan mensen gevraagd ‘als er een telefoon bestond die je op zak kan meenemen, zou je deze dan willen gebruiken?’. Het antwoord op deze vraag kwam bij bijna iedereen neer op ‘nee joh, waarom zou ik dat willen? Ze bellen me maar als ik thuis ben’. Als we op deze interviews hadden vertrouwd, was er zogenaamd geen vraag naar. Nou, kijk waar we nu zijn. In een wereld van smartphones en technologie.

Hoe werkt contextmapping?

Contextmapping bestaat uit vijf fases, namelijk:

  1. voorbereiding
  2. Sensitizing
  3. Groepssessies
  4. Analyse
  5. Communicatie.

In de sensitizing fase ontvangen deelnemers een ‘huiswerkpakketje’ die zij invullen in hun dagelijkse omgeving (met betrekking tot het onderwerp wat je onderzoekt natuurlijk). Zij schrijven dan alle problemen/behoeften op die zij op dat moment ervaren.

In de groepssessies delen zij deze ervaringen vervolgens met overige deelnemers, door middel van generatieve technieken. Dit kunnen verschillende methoden zijn om de ervaren problemen en behoeften op papier te zetten en vervolgens te communiceren.

schematische weergave contextmapping (onderzoeksmethode)
Figuur 2.3 Contextmapping proces

Wanneer gebruik je card sorting?

Card sorting is een methode die voornamelijk bedoeld is om de UX van een app (of bijvoorbeeld een website) te optimaliseren. Het is de bedoeling dat jij als ontwikkelaar, het denkproces van je doelgroep beter leert begrijpen. Het is namelijk goed mogelijk dat jouw doelgroep een andere logica ziet bij het opstellen van categorieën of processen. Als je hiermee rekening houdt, kun je de app meer intuïtief/gebruiksvriendelijk maken voor je doelgroep.

Hoe werkt card sorting?

Bij card sorting worden deelnemers gevraagd om trefwoorden/informatie-items te schrijven op post-its of cards. Vervolgens worden ze gevraagd om deze onder te verdelen in categorieën. Bij open card-sorting mogen deelnemers deze categorieën zelf bedenken, en bij closed card-sorting zijn deze categorieën al opgesteld door de onderzoeker/ontwikkelaar.

visuele weergave card sorting (onderzoeksmethode)
Figuur 2.4 card sorting

Wanneer gebruik je heatmaps?

Een heat map is een methode (tool) die je kunt inzetten om data te verzamelen over de ‘engagement’ van gebruikers met jouw app. Op basis van deze data kan de UX en UI worden verbeterd. Meer informatie over optimalisatie van UX en UI is te vinden in hoofdstuk 3 (ontwerp & validatie).

Hoe werken heat maps?

Heat maps kunnen gebaseerd zijn op verschillende methoden (die ook kunnen worden gecombineerd), namelijk:

  • Aanrakingen op het scherm: Deze methode monitort gedrag zoals scrollen, tikken en typen.
  • Eye-tracking: Met deze methode wordt bijgehouden waar gebruikers naar kijken en hoelang zij dit doen.
  • Tijd: Deze methode meet hoeveel tijd een gebruiker doorbrengt in de app of op een specifieke pagina .

Op basis van bovenstaande methoden wordt door een tool een heatmap opgesteld. Hier worden gebieden op de pagina’s van de app gekleurd (van rood: hoge intensiteit, tot blauw: lage intensiteit). Op deze manier kun je bijvoorbeeld zien waar jouw gebruiker naar kijkt of waar hij op klikt.

Er zijn verschillende tools beschikbaar om heatmaps op te stellen én om deze data vervolgens te analyseren. Niet alle tools/aanbieders bieden de mogelijkheid om gebruik te maken van alle bovenstaande methoden. Een aantal voorbeelden van tools zijn:

Hoe kun je onderzoeksresultaten het beste weergeven?

Wanneer je de onderzoeksresultaten hebt verzameld, kun je de deze (visueel) in kaart gaan brengen. Dit kun je doen door de resultaten in verschillende vormen te gieten. Welke vorm het beste geschikt is, hangt af van jouw specifieke situatie. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Persona’s
  • Customer journey
  • Value proposition canvas
  • User stories

Wat zijn persona’s?

Een vraag die vaak wordt gesteld is ‘wat wordt bedoeld met persona’s?Het antwoord lijkt simpel, maar kan verschillen in veel verschillende situaties. Persona’s zijn in principe een visuele weergave van jouw doelgroep, in de vorm van een fictief persoon. Door het omschrijven van jouw doelgroep in de vorm van persona’s, breng je deze echt tot leven. Het is hierdoor makkelijker om je in te leven in je doelgroep, en daardoor ook om hierop in te haken.

Persona’s stel je op op basis van data die je hebt verzameld over je doelgroep. Ook kun je customer journeys hieraan koppelen, om nog meer invulling te geven aan aan je doelgroep en de manier waarop zij zich door het aankoop/gebruikproces bewegen. Meer informatie over customer journeys is later in deze paragraaf te vinden. Hieronder staat uitgebreid uitgelegd hoe je je persona kunt vormgeven, en als je door scrollt staat hier een voorbeeld template van een persona weergegeven.

Een of meerdere persona’s: Je kunt ervoor kiezen om één of meerdere persona’s op te stellen. Wanneer jouw doelgroep duidelijk over een kam te scheren is, dan is één persona misschien genoeg. Wanneer sprake is van duidelijke segmentatie, dus verdeling in kenmerken van de doelgroep, is het vaak verstandig om minimaal twee persona’s op te stellen. De manier waarop je deze doelgroep onderverdeelt in verschillende persona’s is aan jou en hangt af van je onderzoek.

Onderdelen van persona’s: Het is de bedoeling dat de persona(s) zo gedetailleerd mogelijk worden uitgewerkt. De onderdelen/kenmerken die in je persona beschreven worden, kun je zelf bepalen. Over het algemeen bestaat een persona minimaal uit de volgende onderdelen:

  • Fictieve naam en foto
  • Demografische gegevens
    • Leeftijd
    • Geslacht
    • Opleidingsniveau
    • Beroep
    • Inkomen
  • Psychografische gegevens
    • Persoonlijkheidskenmerken
    • Waarden
    • Interesses
    • Hobby’s
    • Levensstijl
  • Gedragskenmerken
    • Bijvoorbeeld de manier waarop ze informatie zoeken, of hoe ze bepaalde taken uitvoeren
  • Oplossingen en behoeften:
    • Welke problemen worden opgelost door jouw product/dienst (de app)?
    • Welke behoeften worden vervuld door jouw product/dienst (de app)?
  • Gebruikte kanalen
    • Van welke (communicatie) kanalen de doelgroep gebruik maakt

Afhankelijk van wat voor jou relevant is, kun je verschillende kenmerken van je doelgroep toevoegen. Hieronder staan een aantal voorbeelden van onderdelen die je in je persona (app-gerelateerd) kunt laten terugkomen:

  • Technologie gebruik
    • Kan de doelgroep goed overweg met technologie?
    • Heeft de doelgroep ervaring in het gebruik van apps?
    • Op welk type apparaat maakt de doelgroep gebruik van de app?
    • Van welk besturingssysteem maakt de doelgroep (voor het grootste gedeelte) gebruik?
  • Contextuele facturen
    • De fysieke locatie waarop de app wordt gebruikt
    • Het tijdstip van de dag waarop de app wordt gebruikt

Bovenstaande staat hieronder visueel weergegeven in een persona template:

visuele weergave template persona (voor apps)
Figuur 2.5 template persona (voor apps)

Wat is een customer journey?

Net als voor persona’s, wordt vaak de vraag gesteld ‘wat wordt bedoeld met een customer journey?’. Het antwoord kan verschillen per situatie, maar de basis blijft hetzelfde. Een customer journey is (eigenlijk net zoals de letterlijke vertaling) de klantreis die je klant aflegt. Deze reis begint op het eerste moment dat je klant in contact komt met jouw product (app), tot na aankoop (of in dit geval ‘download’). Hieronder staat toegelicht hoe een customer journey in elkaar zit. Later in deze paragraaf staat een voorbeeld template weergegeven.

Deze reis die de klant aflegt, is verdeeld in vijf fases die bestaan uit touchpoints. Deze touchpoints beschrijven alle momenten waarop jouw klant in contact is met de app. Dit kunnen ‘points of delight‘ of ‘points of pain‘ zijn. Dit betekent dat per touchpoint wordt toegelicht hoe deze door de doelgroep worden ervaren (positief of negatief). Deze points of pain en points of delight kunnen vervolgens worden toegelicht.

Uit welke fases bestaat een customer journey?

  1. Awareness
  2. Consideration
  3. Action
  4. Service/delivery
  5. Advocacy/loyalty.

Je zou een onderscheid kunnen maken tussen: gewenste customer journey en feitelijke costumer journey.

Gewenste customer journey: In de gewenste customer journey beschrijf je alle inspanningen die jij doet om je doelgroep te bereiken, ongeacht of dit ook écht daadwerkelijke touchpoints zijn. Je beschrijft hier eigenlijk de ideale situatie.

Feitelijke customer journey: In de feitelijke customer journey beschrijf je eigenlijk de daadwerkelijke situatie waarin je doelgroep zich bevindt. Je kunt deze customer journey dus alleen opstellen op basis van je onderzoek.

Op basis van je feitelijke en gewenste customer journey, kun je je marketinginspanningen aanpassen zodat het gat tussen deze twee wordt gedicht.

wat is een customer journey template
Figuur 2.6 template customer journey

Wat is een value proposition canvas?

Een Value Proposition Canvas (of in het nederlands: waarde propositie canvas) is een tool/techniek die je helpt bij het onderzoek naar je doelgroep. Daarnaast biedt het houvast in het omschrijven van je doelgroep en de waarde die je voor je doelgroep creëert. Het is model brengt je écht naar de kern van je doel en is zeer relevant voor het bepalen van functies.

Het model bestaat uit twee onderdelen, namelijk:

  • Customer Profile
  • Value Map

Het doel waar dit model je bij helpt is om een ‘fit‘ te creëren tussen deze twee onderdelen.

visuele weergave value proposition canvas
Figuur 2.7 value proposition canvas

Customer Profile

Dit onderdeel helpt je om je doelgroep beter te kunnen begrijpen. Het beschrijft een specifiek klantsegment in een meer gedetailleerde en gestructureerde manier. Het wordt opgesplitst in ‘customer jobs‘, ‘customer pains’ en ‘customer gains‘.

Wat zijn customer jobs: Bij customer jobs beschrijf je wat de taken zijn die je doelgroep probeert uit te voeren, waarbij jouw app ze ondersteunt. Dit kunnen zijn: functionele taken, sociale taken, persoonlijke/emotionele taken en ondersteunende taken.

Wat zijn customer pains: Bij customer pains beschrijf je alles wat je doelgroep vervelend vindt rondom het uitvoeren van de taken (beschreven bij customer jobs). Dit kan dus zijn vóór, tijdens of ná de taak, maar dit kan ook een barrière zijn waardoor je doelgroep de taak überhaupt niet uitvoert. Customer pains kunnen worden opgesplitst in verschillende soorten, namelijk: ongewilde uitkomsten, problemen of karakteristieken, obstakels en risico’s.

Wat zijn customer gains: Bij customer gains beschrijf je de voordelen die je doelgroep wil terugzien, welke te maken hebben met de taken die je doelgroep uit wil voeren (beschreven bij customer jobs). Deze voordelen kunnen worden opgesplitst in verschillende soorten, namelijk: vereiste voordelen, verwachte voordelen, gewenste voordelen en onverwachte voordelen.

Value Map

Dit onderdeel helpt je om te beschrijven hoe je waarde toevoegt voor je doelgroep. Dit onderdeel wordt opgesplitst in ‘products & services‘, ‘pain relievers‘ en ‘cain creators‘.

Wat zijn products & services: Bij products & services beschrijf je letterlijk de producten/diensten die je levert. Je beschrijft dus (in het geval van app ontwikkeling) welke functies jouw app allemaal biedt, om de klanten te helpen bij het uitvoeren van hun taken (beschreven bij customer jobs). Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen verschillende soorten producten en services, namelijk: fysiek, ontastbaar, digitaal en financiëel.

Wat zijn pain relievers: Bij pain relievers beschrijf je letterlijk hoe jouw app de doelgroep helpt om hun pains (beschreven bij customer pains), op te lossen.

Wat zijn gain creators: Bij gain creators beschrijf je letterlijk hoe jouw producten/diensten ervoor zorgen dat de gains (beschreven bij customer gains) worden waargemaakt.

Wat zijn user stories?

Een user story is een korte uitleg van de behoefte van je doelgroep. Dit zijn korte verhaaltjes, geschreven vanuit het oogpunt van de gebruiker. Een user story kan bijvoorbeeld zijn:

”Als omwonende van Eindhoven Airport, wil ik kunnen zien wanneer geluidsoverlast door vliegtuigen is voorspeld, zodat ik hier rekening mee kan houden wanneer ik bezoek verwacht”

User stories zijn bedoeld om zo duidelijk mogelijk te maken wat de functies van de app voor de doelgroep zouden moeten betekenen. Deze zijn ook te koppelen aan overige doelgroep weergaven, zoals persona’s, customer journeys en Value Proposition Canvas (deze staan eerder in deze paragraaf beschreven).

Template user story
Figuur 2.8 User story

Benchmark

Hoe onderzoek ik mijn concurrenten?

Wanneer je van je app-idee werkelijkheid wil maken, is het handig om eerst in kaart te brengen welke (vergelijkbare) apps al bestaan. Als je erachter komt dat er al vergelijkbare apps bestaan, geen stress! Dit hoeft niet te betekenen dat jouw app overbodig is. Er zijn namelijk redenen dat je nog niet wist dat die andere app er al is, of dat deze (nog) geen succes is geworden.

Het is daarom handig om elegant te spieken; wat doen zij goed en wat kan ik beter? Op deze manier zorg je ervoor dat je niet dezelfde fouten maakt, of sterker nog: hoe jouw app wél een succes wordt. Naast het leren van je concurrenten, zorgt concurrentieonderzoek er ook voor dat je minder snel inbreuk zult doen op intellectueel eigendom (IE/IP) van anderen. Lees hierover meer in hoofdstuk 5 (lancering).

Voorbeelden van aspecten die je in kaart kan brengen van je concurrenten zijn:

  • Doelen van de app
    • Zijn de doelen van de app duidelijk?
    • Worden de doelen logischerwijs verwezenlijkt door de functies die de app aanbiedt?
  • Functies van de app
    • Zijn deze exact hetzelfde als jouw idee of wijken deze af?
  • Werking van de app
    • Download de app, wat valt je op?Werken de functies van de app zoals ze zouden moeten werken? Probeer het zelf, of zoek door monitoring tools op ‘bugs’ of ‘crash’.
    • Wat vinden klanten van de app? Bekijk reviews en zoek met monitoring tools naar wat de gebruikers te zeggen hebben.
  • Marketing
    • Welke marketingactiviteiten voert de concurrent uit, kan dit beter/slimmer/efficiënter?
  • Pijnpunten/gelukspunten
    • Welke ‘pijnpunten’ en welke ‘gelukspunten’ zouden gebruikers kunnen ervaren bij het gebruiken van de app? Denk hier zelf over na wanneer je de app bekijkt en zoek op monitoring tools. Gebruik hier bijvoorbeeld de woorden ‘cool’, ‘beste’ of ‘uitstekend’, of juist ‘slecht’ ‘waardeloos’ of ‘werkt niet’.
  • Google play backlinks
    • Bekijk welke backlinks concurrenten hebben, zodat je hier inspiratie uit kunt halen die je ook zelf kan proberen toe te passen.
  • SDK’s
    • Van welke SDK’s maakt de concurrent gebruik? Via programma’s als ‘Mighty Signals’ kun je er (gedeeltelijk) achterkomen wat geïnstalleerde en verwijderde SDK’s zijn.
  • Keywords
    • Welke keywords gebruikt de concurrent?
  • DAU/MAU
    • Probeer erachter te komen wat de hoeveelheid dagelijkse en maandelijkse actieve gebruikers is.
  • Gebruikerslocatie
    • Probeer te achterhalen wat belangrijke locaties zijn waarop gebruikers de app van de concurrent gebruiken. Deze locaties kunnen voor jouw ook interessant zijn.
  • Social media shares
    • Vergelijk hoeveel engagement de concurrent heeft op sociale media
    • Bekijk de website van de concurrent en gebruik eventueel ‘Buzzsumo’ om te analyseren hoeveel gedeelde content is gepubliceerd.
  • Nieuwe aankondigingen
    • Gebruik mention/monitoring tools om meldingen te ontvangen over nieuwe aankondigingen van de concurrent.

Corporate identity

Bekijk je huidige corporate identity; zijn er guidelines?

Een belangrijke vraag die gesteld kan worden is: Gaat/moet de app geassocieerd worden met jouw bedrijf of het bedrijf waar je voor werkt, of staat de app hier volledig los van? Wanneer dit wél het geval is, is het verstandig om de app te laten aansluiten op de corporate identity. Zo kun je bekijken of er duidelijke guidelines zijn waaraan de app moet voldoen. Heeft het huidige bedrijf bijvoorbeeld een duidelijke huisstijl? Of duidelijke kernwaarden? Hou hier dan rekening mee!

Wat is een corporate identity en hoe breng ik deze in kaart?

De corporate identity kan worden opgesteld aan de hand van de corporate identity mix. Deze bestaat uit:

  • Persoonlijkheid
  • Gedrag
  • Communicatie
  • Design (symboliek
schematische weergave birkigt&stadler model
Figuur 2.7 Birkigt & Stadler model

Persoonlijkheid is het centrale aspect van de corporate identity mix. Deze kun je zien als de persoonlijkheid van het bedrijf: Wie is het bedrijf nou eigenlijk echt? Waarom bestaat het bedrijf nou eigenlijk? In dit onderdeel zit bijvoorbeeld ook de missie van het bedrijf verweven.

Gedrag van een bedrijf is de manier waarop een bedrijf omgaat met bepaalde onderwerpen. Dit heeft voornamelijk invloed op het imago dat het bedrijf heeft (het beeld wat klanten van het bedrijf hebben).

Communicatie houdt in: De communicatie van het bedrijf met stakeholders. Belangrijke aspecten die hierin worden meegenomen worden, zijn:

  • Taal: het is bijvoorbeeld niet zo handig om de handleiding van een website aan oma te communiceren in programmeertaal.
  • Visuele elementen: ‘nijntje-stijl’ icoontjes zijn bijvoorbeeld niet zo passend bij een stoere sport-app.
  • Manieren van communicatie: het is niet zo handig om een chatbot in te zetten bij een bedrijf met de naam ‘wij-zijn-het-meest-persoonlijke-klantenservice-bedrijf-in-de-wereld’.

Design wordt vaak gezien als de huisstijl van het bedrijf. Dingen waarmee je bijvoorbeeld rekening zou kunnen houden, zijn:

  • Website
  • Logo
  • Posts op sociale media kanalen
  • Overige content

Vaak is de corporate identity samengevoegd in een brand book. Een brand book is een document waarin de identiteit en het beeld van een bedrijf of merk vastgelegd is. Dit wordt gebruikt om de stijl van het merk te waarborgen. Door de app hierop aan te laten sluiten kun je bijvoorbeeld voorkomen dat er verschillende logo’s en/of kleuren gebruikt worden in de uitingen van jouw bedrijf of merk.

Hugo Melis    

App Strateeg @ Glamorous Goat (of, in gewoon Nederlands, ik ga met klanten in gesprek over hun app idee en kom met strategieën om er samen de beste app van te maken).

Deel Artikel

Artikel geschreven door

Hugo Melis 

App Strateeg @ Glamorous Goat (of, in gewoon Nederlands, ik ga met klanten in gesprek over hun app idee en kom met strategieën om er samen de beste app van te maken). 

Vind je dit goede content? Kom voor ons schrijven…